• text
  • Column Trouw

    Waarheen leidt de weg

    De ouderwetse sociaal-democratie heeft het overal moeilijk. De aanhang smelt weg. De PvdA is in de peilingen een rode dwerg. De jonge frisse Klaver krijgt virtueel in zijn eentje op grond van een tamelijk onbeholpen maar goed getimede toespraak tien hele zetels erbij. Het electoraat is online aan het shoppen, nu eens is deze gadget hot, dan weer die. Zo gaat dat tegenwoordig in de wereld en dus ook in de politiek.
    Oorzaken voor de teloorgang van oud-links worden gegeven door o.a. Wouter Bos en René Cuperus, beiden aandeelhouder in die club. Bos wijt de situatie aan demografische ontwikkelingen: de vroegere achterban is niet homogeen meer; ze is uiteengevallen in verschillende belangengroepen; de PvdA levert hen geen passend program. Cuperus maakt de coalitie met de VVD tot belangrijke schuldige. De PvdA voert onvoldoende eigen beleid uit.
    Dat lijkt me heel plausibel maar onvoldoende. Cuperus impliceert dat een nieuw beleid, een andere coalitie de boel nog wel kan redden. Bos gelooft daar niet meer zo in. Die zoekt het heil in samenwerking met andere linksige partijen. Gezamenlijk kunnen ze dan die verschillende groepen bedienen en een front vormen tegen rechts.
    Beide remedies zullen hooguit tijdelijk soelaas bieden.
    De sociaal-democratie in Nederland heeft in haar hoogtijjaren in samenwerking met andere partijen veel tot stand gebracht. Het doel: de emancipatie en de verheffing van de arbeider – om het maar even in vooroorlogse termen te zeggen – is in feite bereikt. De verzorgingsstaat was in de jaren tachtig een stevig gebouw geworden, dat helaas nogal kostbaar bleek en een aantal bouwfouten vertoonde. Maar: iedereen kreeg kansen in het onderwijs, niemand hoefde van honger om te komen, wie ziek en/of oud was werd verzorgd. En ook al wordt de verzorgingsstaat nu sinds enige tijd gerenoveerd, en doet dat hier en daar pijn, niemand kan beweren dat Nederland een beroerd land is om in te leven. Welk inspirerend verhaal heeft de sociaal-democratie nu nog te vertellen over de toekomst?
    Er zijn andere partijen aan de linkerzijde die zo’n verhaal vertellen, maar die partijen hebben geen regeringsverantwoordelijkheid gedragen. En wie regeringsverantwoordelijkheid draagt, bindt tot op zekere hoogte de handen. Zeker partijen die de overheid een belangrijke rol toedichten komen in de problemen. De wereld is veranderd. Er zijn supranationale, geheimzinnige machten en krachten aan het werk (‘de financiële markten’) die de invloed van overheden problematisch maken. De banken worden gered door de belastingbetaler/overheid, maar gaan vervolgens – weer los van de overheidsteugel – hun goddelijke gang. Aan een liberale kiezer kun je dat uitleggen, aan een sociaal-democraat niet. Een liberaal heeft geen moeite met een onbeduidende overheid, een sociaal-democraat ziet de overheid als beschermer tegen willekeur.
    In hun machteloosheid vluchten kiezers in alle landen naar bewegingen op links en rechts als Syriza, Podemos, Pegida, FN. Syriza is de eerste die wordt gevierendeeld tussen kiezers, geldschieters en supranationale instellingen. Behalve bij extreme partijen zoeken kiezers hun heil bij goeroes van het nieuwe denken: Piketty, Zizek, en ook bij de kleine profeet Jesse Klaver, die belooft het anti-rendementsdenken in de politieke praktijk te brengen. Er broeit iets, wordt alom gezegd. De mensen pikken de heerschappij van de economie over het gewone leven niet meer. Er moet weer ruimte komen voor geestelijker waarden en aandacht voor de aarde en elkaar. Zelfs premier Mark Rutte meende de geur van een nieuwe lente te hebben opgesnoven door in zijn toespraak voor het VVD-congres uit te pakken met een merkwaardig mengsel van liberale loon-naar-werken retoriek en sociaal-democratische afkeer van egoïsme en zelfverrijking, gebakken tot een CDA-taart van normen en waarden.
    De naden in het hemd van ons democratische bestel zijn hier en daar losgetornd. De grote vraag voor de toekomst is die naar de rol van de nationale overheid in een wereld die een structuur vertoont waarop een nationale overheid geen greep heeft, terwijl die wereld wel degelijk een greep heeft op onze samenleving.